In het boek Problemski Hotel levert de Vlaamse auteur Dimitri Verhulst scherpe kritiek op het (strenge) immigratiebeleid van België en geeft hij een inkijkje in een AZC door middel van zowel een echt, waargebeurd verhaal, als non-fictie. Hij benadrukt dat ‘zowat de helft verzonnen is, maar niks een leugen bevat’. Het verhaal opent met de fotograaf-in-wording Bipul Masli die een Kodak-toestel heeft gekregen voor zijn verjaardag  en uitgerekend een foto van de kogel waarmee zijn zus tijdens een oorlog omkwam heeft geschoten, - de kwaliteit daarvan was ‘aanzienlijk' beter met een Nikon -, welke de krant haalde. Hij verkocht de rechten van die foto voor een aardig bedrag. Vervolgens ging haar naar België dat gepaard ging met bizarre, levensgevaarlijke tochten over de zee, waarbij vele landen gepasseerd werden.

Verder in het verhaal ontmoette hij verschillende personen in het AZC waaronder Maqsood, Igor, Lidia, en heel veel andere mensen van verscheidene nationaliteiten en krijgt hij met diverse problemen te maken. Een jongen van nabij de 11 jaar die als roepnaam Stipe draagt, en die bij hem introk, werd naar een school gebracht waarbij hij te maken kreeg met racisme en talloze vooroordelen. De jongen, die daarvan niets merkte en vaak achterin de klas zat, en bovenal gebrekkig Nederlands sprak, kreeg bij zijn verjaardag op school de tekst ‘Smerige makkak, keer terug naar je land’ op een truitje - volgens Belgische traditie - geschreven. Hij kon niet lezen, maar toen hij het aan Bipul vroeg wat erop stond, zei laatstgenoemde: “Stipe wereldkampioen!” waarop hij nog vrolijker werd. Deze anekdote is een van de vele die in het boek staan, het laat perfect de humor van Verhulst zien die hij voortreffelijk wist uit te drukken in taal.

Er komen daarnaast veel uitzettingen en afwijzingen naar voren vanwege het zeer ingewikkelde proces waar iemand doorheen moet komen, en ergens op het eind zal Igor een kind dat Lidia per ongeluk verwerkte moeten vermoorden, omdat ze te laat abortus wilde plegen. Ook mensensmokkelaars zijn van de partij. Het verhaal is opgetekend vanuit de blik die Verhulst wierp op het leven als asielzoeker ten tijde van zijn verblijf in een AZC (van Arendonk), ter uitnodiging van een Belgisch tijdschrift voor een rapportage. In het nawoord schrijft hij dat hij er zeven maanden aan gewerkt heeft, voordat het rauwe, ruwe manuscript af was. Hij bedankt het tijdschrift en draagt het uit aan de mensen met wie hij meetrok voor het schrijven van dit boek, waaronder Maqsood, die uitgewezen is.

Het verhaal telt honderd pagina’s en wordt alom gewaardeerd. Ik geef het vier van de vijf sterren.